|
|
Als we het visueel denken willen begrijpen moeten we kijken naar de oorspronkelijke natuurlijke omgeving waarin de mens geëvolueerd is. Deze omgeving is de basis voor onze realiteit en informatie beleving [1, 2]. Onze zintuigen zijn geëvolueerd en op afgestemd. Er was geen tekst, er waren geen media. De natuurlijke omgeving had een bepaalde directheid. Ieder symbool was een ding. We hebben de realiteit verbeterd door een culturele laag van taal en techniek op de oorspronkelijke omgeving te leggen. We hebben onze maatschappij geordend in talige instituties zoals de regering, wetenschap en bedrijfsleven. Maar wanneer we nu, naar bijvoorbeeld, Mozart luisteren, doen we dat nog steeds met een gehoor dat geëvolueerd is om alert te zijn op gevaar en kansen in de oorspronkelijke natuurlijke omgeving. HET ROMEINSE RIJK WORDT OVERGENOMEN DOOR BARBAREN VAN MEDIA EN BEELDOnze intellectuelen waarschuwen ons dat het wegvallen van de tekstcultuur gepaard gaat met een terugval in beschaving [3, 4, 5]. Het Romeinse rijk wordt overgenomen door barbaren van media en beeld. Na ons de middeleeuwen! Zo waarschuwen ze ons. Maar wat is de rol van de doemdenkers in dit scenario? Intellectuelen zijn zelf immers de belangrijkste vertegenwoordigers van de tekstcultuur. De intellectuelen, die vinden dat je een kritische distantie tot een tekst moet aanhouden, zijn dezelfde intellectuelen die ons waarschuwen dat we afgestompt raken door de beelden die we zien. Waarom spreken we bij tekst van 'kritische distantie', terwijl bij beeld de term 'afgestompt' gebruikt wordt? Beeld wordt binnen onze cultuur van oudsher verbonden met lagere lusten van het zondige lichaam, terwijl tekst met de spirituele verhevenheid van de geest verbonden is.[6] Een mens heeft een bepaalde informatie bandbreedte welke verbonden is met de zintuigen en resulteert in een bepaald type intellect. Nooit zal het ons lukken een boekhouding van een multinational na te rekenen of een website in een database te indexeren, zoals een computer dat kan. In wezen is de computer de implementatie van het rationele denk ideaal uit de verlichting. Volstrekt logisch rationeel, foutloos en zonder lagere driften. Toch aarzelen we een computer 'intelligent' te noemen. De huidige computers begrijpen namelijk weinig van context en zijn erg slecht in metaforen en beelden. Mensen doen dat beter. beeld speelt een grotere rol in ons denken, dan we ons bewust zijnPogingen intelligentie te modelleren in computers hebben ons geleerd dat context en metaforen een belangrijke rol spelen in menselijke communicatie en cognitie. Stel, een man en een vrouw hebben een liefdesverhouding. Ze gaan samen uit, hebben het leuk en na een tijdje zegt hij haar de vier woorden: Ik-hou-van-jou. Deze zin raakt aan een lawine van associaties: Shakespeare, Cassanova, Titanic, Soaps en goedkope boeketreeksen. 'Wat bedoel je?', zou strikt gesproken haar enige reactie kunnen zijn. Wonderbaarlijk dat ze hem toch begrijpt. De romantische intentie leidt ze af uit de manier waarop hij haar aanraakt, de blik in zijn ogen. De plek waar ze zijn, de herinnering aan hun eerdere ervaringen. Eigenlijk uit alles behalve de woorden ik-hou-van-jou. Die woorden zijn namelijk zo vol dat ze totaal betekenisloos zijn. Context is content. Het beeld speelt een grotere rol in ons denken, dan we ons bewust zijn. DESINFORMATIE Vs GEMANIPULEERD BEELDEen belangrijke eigenschap van beeld is de intrinsieke ambiguïteit ervan. Een in de thee gedoopt koekje kan een gewoon koekje te zijn, maar ook een jeugdherinnering oproepen[7]. We 'ervaren' veel meer dan dat we 'begrijpen' of 'bedenken'. Voor de geletterden is visueel denken extra lastig omdat ze sequentieel gefixeerd zijn. Ze benaderen de beeldcultuur vanuit de tekstcultuur vocabulaire (sequentieel, deductief, monocausaal en met een afschuw voor ambiguïteit). Ervaringsinformatie kunnen we niet zomaar negeren. Data worden tegenwoordig sneller geproduceerd dan wij met onze talige processen van denken kunnen opnemen en begrijpen. De tekstcultuur staat niet onder druk omdat deze verpest wordt door inferieure media, de tekstcultuur staat onder druk omdat deze niet meer werkt. Het informatietijdperk vraagt om een denken dat onze zintuiglijke bandbreedte ten volle benut. We moeten snelschaken. In een conventionele schaakpartij is er voldoende tijd voor expliciete redenering en strategie. Bij snelschaken is dit anders. De snelschaker staat onder tijdsdruk en moet omgaan met ambiguïteit. De kunst van het snelschaken bestaat eruit een aantal dingen welbewust vaag te laten en tegelijkertijd de juiste dingen expliciet te maken. We ontwikkelen een losse collageachtige en gecomprimeerde manier van denken, waarmee we wel heel complexe dingen kunnen bevatten. We lezen de beelden met kritische distantie. Ook laten we ons niet verwarren door 'de feiten', welke misschien wel uit hun context gehaald, gefragmenteerd of simpelweg gelogen zijn. We lezen meer dan ooit tevoren, maar vooral in korte brokjes. We wegen desinformatie af tegen gemanipuleerd beeld. De wereld wordt weer persoonlijk, GEEN HELICOPTERVIEWBeeld communiceert inhoud en deze is evenmin per definitie leugenachtig als dat een tekst per definitie de waarheid bevat. De tijd dat rationeel denken puur formeel, universeel en lichaamloos was is voorbij. We zijn voelende dieren met symbolen in ons bloed. We hoeven niet op handen en voeten te gaan lopen. Een intellectueel discours blijft mogelijk. Een van de krachtigste registers van menselijk denken is in de capaciteit om perspectieven te visualiseren. Een oordeel wordt niet geformuleerd op basis van redenering alleen, maar hangt nauw samen met de keuze voor een zienswijze waarmee we ons willen identificeren. We weten dat dit ons perspectief is, geen helicopterview. We weten dat niet alleen anderen, maar ook wijzelf beïnvloedt worden door verleiding en manipulatie. We beseffen dat 'de feiten' vaak onvolledig, gefragmenteerd of uit de context gehaald zijn. De wereld wordt weer persoonlijk. Stel, in land X komt een regime aan de macht dat een staats-esthetiek
van grote beelden hanteert. Door het hele land worden grote monumenten
geplaatst. Er worden parades gehouden en de leiders worden bigger than
life in standbeelden vereeuwigd. Allemaal prachtig, geen wanklank te bekennen.
Toch zal een visuele denker onmiddellijk alert zijn op de mensenrechten
situatie in land X. De beelden missen een menselijke maat, dat voel je.
Historie leert dat eerdere regimes met een monumentale staats esthetiek,
zoals de Egyptenaren, Sovjets en Nazi's het ook niet zo nauw namen met
het welzijn van de individuele mens. De kritische kijker zal besluiten
land X, scherp en alert te blijven volgen op feitelijk bewijs van eventuele
mensenrechten schendingen. Het beeld, dat overigens volledig gecontroleerd
en gemanipuleerd wordt door de machthebbers in land X, vertelt ons waar
te focussen. Het snelschaken combineert tekst en beeld. Niet alleen de sequentiële deductie van het typografische discours, maar ook ambiguïteit en zelfs contradicties hebben erin een plaats. Het snelschaken is abstract. Er is intelligentie voor nodig. Gelukkig hebben wij mensen er enige natuurlijke aanleg voor. Theorie toepassen?
|
|||